Duitsland, biedt veel meer dan de eeuwige voetbalrivaal en sinds WOII met het eigen oorlogsverleden worstelende natie. En is het waard om beter begrepen te worden dan met slechts onze Nederduitse vocabulaire en wat van ons schoolduits is blijven hangen. Met veel culturele diversiteit tussen Beiers en Sleeswijks, Nedersaksisch en Voorpommerens. Duitsland bestaat uit drie grote geografische landschappen: vanuit het noorden verandert het landschap geleidelijk van vlak laagland via middelgebergte naar het hooggebergte van de Alpen. Het Noord-Duitse laagland maakt onderdeel uit van het Oost-Europese laagland, dat zich uitstrekt van de Baltische staten, langs de kusten van Polen en Duitsland tot de noordelijke provincies van Nederland. In het noordwesten vormt de Noordzeekust met de Oost-Friese eilanden een voortzetting van het Nederlandse Waddengebied. De Oostzeekust is in het westen geleed met fjorden en zanderige boggen, in het oosten daarentegen vlak: hier komen ook strandmeren voor. Steile kusten komen bijna niet voor maar zijn wel te vinden op de eilanden Rügen (122 meter hoge krijtrotsen), Helgoland (met torenhoge rode rotsen) en Samland.